-
PLUSWINKEL
Nu ook:
Aanbieding
Het laatste kind is de deur uit en je begint nét te wennen aan je vrijheid als de telefoon gaat: je dochter ligt in scheiding en zou een paar maanden bij je in willen trekken. Mét kleinkind. Wat te doen? En wat is uw ervaring?
Ma, daar bén ik weer! Terug in het ouderlijk huis
Het overkwam Vera van Brakel-van der Mark (59): 'Gekscherend heb ik altijd tegen mijn kinderen gezegd: jullie mogen alle drie één keer weer bij ons intrekken. Ik zei dat meer om ze te laten weten dat ze – wat er ook gebeurt – thuis altijd welkom zijn. Ik had nooit verwacht dat er uiteindelijk een paar keer een op het ouderlijk nest zou terugkeren.
Wat is uw ervaring met naar huis terugkerende kinderen? Deel hem op www.plusonline.nl/leegnest
Vera: Ik heb een dochter uit mijn eerste huwelijk en twee zoons. Het leeftijdsverschil tussen mijn dochter en de jongens is vrij groot, waardoor mijn man en ik lang in de kinderen hebben gezeten. Stiekem vonden we het daarom wel prettig toen het laatste kind uitvloog. Eindelijk met z’n tweetjes, eindelijk het huis voor onszelf. Een zaligheid! Van een empty-nest-syndroom heb ik totaal geen last gehad. Integendeel, we leven door ons werk een vrij onregelmatig leven en dat gaat een stuk makkelijker als er geen kinderen zijn waar je rekening mee hoeft te houden.
Weer met z’n tweeën gingen we anders en uitgebreider eten. Elke avond maakten we het gezellig, dronken we een glaasje wijn bij het eten. Ik was dik tevreden met ons nieuwe leven. Genoot van de extra ruimte voor mezelf, de vrijheid om te doen wat ik wilde en de grotere financiële armslag. En ach, kinderen vliegen nu eenmaal uit, zo hoort het te gaan. Toch, toen de eerste zoon belde of hij weer een tijdje thuis mocht wonen omdat hij in de buurt wilde studeren en nog geen woonruimte had, hebben we geen moment geaarzeld. Hij nam de zolderkamer en leefde zijn eigen leven. Het werd heftiger toen hij weg was en mijn dochter mét kleindochter bij ons kwam. Dat was een moment waarop we echt even met z’n allen om de tafel moesten.
Mijn dochter is een volwassen vrouw van 36 jaar met een heel eigen leven en een kind. Ze was de liefde achterna verhuisd, maar kwam erachter dat alles net even anders uitviel dan ze verwachtte. Ik herinner me nog dat ik met haar wandelde en ik voor het eerst te horen kreeg dat ze niet zo gelukkig was. Op zo’n moment speelt je moederinstinct direct op. Zonder na te denken zei ik tegen haar: ‘Als het niet meer gaat, kom je bij ons.’ Dat was het duwtje dat ze nodig had. Mijn dochter ging op zoek naar een baan en woonruimte bij ons in de buurt. Het eerste, een nieuwe baan, lukte vrijwel direct. Maar het vinden van woonruimte werd een probleem. Uiteindelijk is ze bij ons gaan wonen.
Van tevoren hebben we duidelijke afspraken gemaakt om ruzies te voorkomen. Ik wilde mijn eigen dingen blijven doen, maar best één dag in de week mijn kleindochter opvangen. Verder maakten we afspraken over een bijdrage aan de boodschappen en over kleine dingen als: wie kookt wanneer? En voor wie? Wie doucht ’s ochtends als eerste? Ik heb ook meteen mijn grenzen aangegeven. Gezegd dat mijn huis geen bed and breakfast is. Wanneer ze op visite komen, wil ik graag drinken en koekjes voor ze halen.
Maar nu ze bij ons zouden komen wonen, wilde ik die rol absoluut niet. Tóch zat ik voordat ik het in de gaten had weer in die zorgende rol. Was ik geneigd van alles in te leveren. Dat ging eigenlijk vanzelf. Dan kwam mijn dochter laat thuis van haar werk. Moe. Tja, als moeder denk je dan: ach, laat ik even wat te drinken halen voor dat kind en iets lekkers koken. Dat zorgende zit blijkbaar in me. Maar het ging wringen, irriteren. Ik moest mezelf af en toe echt toespreken: ‘Jouw taak was al volbracht. Je hoeft niet meer voor ze te zorgen. Je mag best zeggen: pak zelf maar even te drinken.’ Aan de andere kant wilde ik niet te streng te zijn voor mezelf. Soms wil je tegen jezelf zeggen: ‘Wat fijn dat ik dit voor haar kan doen.’
Mijn man was in die periode echt mijn klankbord. Hij heeft heel wat moeten aanhoren. Gelukkig ging hij heel rationeel en zakelijk met de situatie om. Ook toen mijn dochter en ik al na een week een flinke ruzie kregen met elkaar. We zijn dol op elkaar hoor, maar ja ‘was sich liebt, das neckt sich’ (wie van elkaar houdt, plaagt elkaar). Ik weet nog dat ze iets leuks ging doen, terwijl er een enorme berg strijkgoed op haar lag te wachten. Daar zei ik iets van. Ik dacht: dat kan wel. Je moet áltijd open en eerlijk naar elkaar toe kunnen zijn. Fout. Juist als je als ouder met volwassen kinderen onder één dak zit, moet je je weleens inhouden. Andersom had zij ook soms commentaar op mijn levensstijl.
Na die eerste ruzie zat ik huilend op de fiets en dacht ik: hoe moet dit verder? Uiteindelijk is mijn man opgetreden als een soort mediator. Met zijn rust haalde hij alle emoties weg. Hij liet ons inzien dat we elkaar niet zo op de huid moesten zitten, elkaar moesten loslaten zodat we beiden ons eigen leven konden leiden. Makkelijker gezegd dan gedaan. Ik heb daarna nog regelmatig dingen moeten inslikken. Alleen om ruzie te voorkomen. Constant maakte ik de afweging: is dit echt belangrijk of kan ik het laten gaan? Ik heb geleerd respect te hebben voor haar leven. Ze is volwassen en hoort ook zo behandeld te worden. Het was even wennen, maar na verloop van tijd ging het steeds beter tussen ons.
Uiteindelijk heeft ze bijna vijf maanden bij ons ingewoond. Als ik erop terugkijk, ben ik blij dat ik dit voor haar heb kunnen doen. Al met al was het een bijzondere periode waarin we als gezin nog hechter zijn geworden. Wat ik erg heb gewaardeerd, is dat mijn dochter elke avond met een blaadje thee en koekjes naar haar eigen kamer ging en ons onze privacy gunde. Dat vond ik lief. Ze zal het niet altijd makkelijk hebben gehad in die periode, maar klaagde niet. Ik hoop dat ze gelukkig wordt in haar nieuwe huis, maar ze weet inmiddels dat de deur bij ons altijd openstaat…'
De deskundige: "Je mag best nee zeggen"
Voor familietherapeute Ietje Heybroek is het verhaal van Vera heel herkenbaar: “Voor ouders kan het vrij ingrijpend zijn als volwassen kinderen ineens voor hun deur staan. De een zal de deur wagenwijd openzetten, de ander aarzelt. Ik vind dat je best nee mag zeggen. Bijvoorbeeld omdat je klein behuisd bent, of omdat je vroeger áltijd ruzie had met dit kind en je een herhaling daarvan beslist niet wenst. Het wordt nog complexer als er kleinkinderen bij betrokken zijn. Wees eerlijk en spreek je twijfels uit. Je kunt je tenslotte ook inspannen voor je kind zonder het in huis op te nemen.
Als je je kind wel in huis neemt, maak dan net als Vera en haar dochter duidelijke afspraken. Dat is een must. Ik kan me goed voorstellen dat dit weleens vergeten wordt of erbij in schiet. Bijvoorbeeld als kinderen plotseling in een crisissituatie bij je op de stoep staan. In zo’n geval denk je niet eerst aan afspraken maken, maar aan troosten en onderdak bieden. Tóch is het belangrijk dat je na een paar dagen alsnog om de tafel gaat zitten en dingen afspreekt. Op die manier voorkom je toekomstige irritaties.
Waar Vera duidelijk mee worstelde, was het aangeven van haar eigen grenzen. Moeders gaan vaak over hun eigen grenzen heen. Nee zeggen is er niet bij omdat dan direct het schuldgevoel komt bovendrijven. Leg aan je kind uit dat je een eigen leven hebt en niet te veel wilt inleveren. Doorgaans begrijpen ze dat.
Iets anders dat vaak speelt in een kind-weer-thuis-situatie is dat je rationeel weet dat ze volwassen zijn, maar dat het emotioneel moeilijk blijft. Je bent bezorgd, wilt weten wat ze doen, met wie ze omgaan en geeft ongevraagd goedbedoelde adviezen. Voor je het weet steken oude patronen de kop op en zit je middenin de vroegere ouder-kind-relatie. Om dat over en weer te voorkomen, is respect voor elkaars privacy essentieel.”
Ietje Heybroek heeft een praktijk voor ouder-kindrelaties in Blaricum. Meer informatie: www.oudersenkinderen.nl.
Tips voor een geslaagde kind-weer-thuis-situatie
- Maak op een geschikt moment zakelijke afspraken waar beide partijen achter staan.
- Bereid u goed voor en maak een lijst van dingen die besproken moeten worden. Denk daarbij vooral aan praktische zaken als gebruik van internet, telefoon, bezoek van vriendjes en vriendinnetjes van kleinkinderen, rookgedrag. Laat uw kind ook zo’n lijst maken.
- Als er zich problemen voordoen, kan een mediator ‘uit eigen kring’, dus een kennis, vriend of familielid, soms uitkomst bieden.
- Evalueer de afspraken.
- Spreek een streefdatum af waarop uw kind in principe weer het huis verlaat. Soms is een stok achter de deur nodig; wellicht stimuleert zo’n datum om harder naar andere woonruimte te zoeken. Uiteraard kunt u als ouder – wanneer het niet lukt tijdig woonruimte te vinden – alsnog de periode verlengen, als het maar geen jaren duurt.
- Streef er samen naar dat uw kind zo snel mogelijk weer op eigen benen staat. Die situatie is het gezondst voor alle partijen.
Wat is uw ervaring met naar huis terugkerende kinderen?
Deel hem op www.plusonline.nl/leegnest
| Auteur: | Jolanda Hofland |
| Bron: | Plus Magazine |
| Beeld: | Mirella Sinnige |
Nieuwsbrief
Aanmelden
|
Nog geen gebruikersnaam en wachtwoord? Meld u nu aan, vul uw profiel in en profiteer van de voordelen!
|
|
|
Al 142.528 aanmelders
|
|




Lees verder